Joden vestigden zich in het Caribisch gebied van het midden van de 17e eeuw tot het midden van de 19e eeuw. Velen waren gevlucht uit Spanje tijdens de inquisitie, of waren “conversos”, Joden die gedwongen waren zich te bekeren tot het rooms-katholicisme onder het bewind van koningin Isabella. En terwijl de meerderheid zich vreedzaam vestigde op verschillende eilanden – Jamaica had een bloeiende Joodse bevolking – kozen sommigen voor een meer avontuurlijke, zeevarende levensstijl.

De Joodse piraten van het Caribisch gebied voeren op schepen met Bijbelse namen zoals “The Queen Esther” en “The Shield of Abraham”, op zoek naar rijkdom en misschien om een beter leven op te bouwen in de Nieuwe Wereld. Sommigen kozen voor een meer strijdlustige benadering van hun ballingschap en richtten hun aanvallen op Spaanse schepen als wraak voor de inquisitie.

De Joodse piraten werkten vaak samen met andere landen om Spaanse schepen aan te vallen, en werden spelers in de economieën en conflicten van die tijd; de Britten en de Nederlanders, bijvoorbeeld, lagen vaak overhoop met Spanje, en schakelden piraten in om hun aanvallen te ondersteunen. De Joodse bevolking had vaak als kooplieden in Europa gewerkt en had sterke handelsconnecties, waardoor de meer respectabele Joden in het Caribisch gebied een comfortabel en winstgevend leven konden opbouwen – en nuttige allianties voor de meer snode mensen.

Over de oorsprong van de Joodse piraterij:

De Joodse piraten in het Caribisch gebied waren niet eens de eerste Joodse piraten. Er bestaat een lange traditie van Joodse piraten in het Midden-Oosten, en sommigen bleven ook in Europa actief.

Barbarossa wikipedia

Sinan Reis, eenvoudig bekend als Sinan of de “Grote Jood”, was een Ottomaanse piraat, die voer met de beroemde (en gevreesde) Hayreddin Barbarossa, ook bekend als Roodbaard. Barbarossa hielp de zoon van Reis te redden nadat hij gevangen was genomen en onder dwang was gedoopt; zijn ontvoerders weigerden hem vrij te laten aan de “ongelovigen”, waarop Barbarossa en zijn bemanning uit wraak het eiland plunderden totdat zij de terugkeer van de jongen hadden veiliggesteld.

Sinan inspireerde Samuel Pallache, een Marokkaanse Jood, soms ook wel de Rabbijn-Piraat genoemd, die in de jaren 1600 gezant van Marokko in Nederland werd. Hij sloot zich aan bij de Nederlanders om Spaanse vloten aan te vallen, maar bleef zich op zijn piratentochten houden aan de Joodse gebruiken, of in ieder geval aan de wetten van kashrut; hij nam op al zijn schepen een Joodse kok mee om ervoor te zorgen dat zijn voedsel koosjer bleef.

Misschien wel de beroemdste, of meest succesvolle, van alle Joodse piraten in het Caribisch gebied was Moses Cohen Henriques. Henriques werkte samen met een Nederlandse admiraal, Piet Pieterszoon Hein, aan een enorme roofoverval op een Spaanse zilvervloot, die bijna 1 miljard dollar zou opbrengen in dollars van vandaag; de diefstal maakte Spanje bijna bankroet en zorgde voor een stijging van de zilverprijzen over de hele wereld. Henriques stopte met de zeevaart toen zijn maat, kapitein Henry Morgan – de naamgever van de rum Captain Morgan – luitenant-gouverneur van Jamaica werd en hem gratie verleende.

Over de beroemdste piraten van allemaal

Veel meer piraten dan we ons realiseren kunnen een Joodse achtergrond hebben gehad; in later gepopulariseerde verhalen over beroemde piraten werd hun religieuze achtergrond vaak verdoezeld om ze voor het Europese en Amerikaanse publiek als meer herkenbare helden neer te zetten.

Courtesy of Wikimedia Commons
Illustration by C. J Staniland (1838-1916) and J. R. Wells (1849-1897), Public domain, via Wikimedia Commons

Jean Lafitte, een van de beroemdste Amerikaanse piraten – hoewel hij een geldige kaperlicentie claimde, waardoor zijn aanvallen op zee technisch gezien legaal waren – vestigde een tijdje een ‘piratenkoninkrijk’ in New Orleans en verhuisde later zijn rijk naar Galveston, Texas. Lafitte, die bekend stond als The Corsair, heeft romans en gedichten geïnspireerd, waaronder een lang gedicht van Lord Byron dat zelfs een ballet inspireerde. Maar de Joodse achtergrond van Lafitte komt in het verhaal niet voor.

Eerlijk gezegd speelde het Jodendom geen grote rol in het leven van de meeste Joodse piraten, althans voor zover uit de archieven blijkt. Hoewel Sinan niet wilde dat zijn zoon werd gedoopt en Samuel Pallache het koosjer hield aan boord van zijn schepen, lijkt het Jodendom voor de meeste piraten meer te dienen als etnische identiteit dan als geloofsovertuiging. Hoogstens was hun Joods-zijn waarschijnlijk een deel van de drijfveer voor een baan in de marge, zoals piraterij – een marge waarin Joden door de Europese samenleving toch al waren verbannen, en een die hen de mogelijkheid gaf om wraak te nemen op de Spanjaarden.

Maar in de piraterij vonden de Joodse piraten waarschijnlijk ook vrijheid van de discriminatie waarmee zij in Europa te maken hadden gehad en waarvoor zij wraak namen op de Spaanse schepen. Piraterij is per slot van rekening een gelijkmaker – een criminele activiteit die aan geen enkele regering of morele code gehoorzaamt. Wie het beste is in het kapen van schepen vol schatten, is de beste piraat, ongeacht etniciteit of religieuze overtuiging. Joodse piraten hebben samengewerkt met de beroemdste piraten van welke afkomst dan ook.

Bron: Once upon a time, Jewish pirates ruled the seas

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Please enter your comment!
Please enter your name here