Arnold Rothstein was een Joods-Amerikaanse maffiabaas die de inspiratiebron was voor een personage in “The Great Gatsby” en werd geportretteerd in de serie “Boardwalk Empire”.

Arnold Rothstein (17 januari 1882 – 6 november 1928), bijgenaamd “het Brein”, was een gangster, misdaadbaas, afperser, zakenman en gokker die de leider werd van de Joodse maffia in New York, die opgevolgd werd door Meyer Lansky.

Na bekendheid te hebben verworven als woekeraar en gokker, ging Arnold Rothstein zich toeleggen op drank en verdovende middelen en werd hij een kopstuk van de georganiseerde misdaad tijdens de drooglegging. Hoewel hij nooit werd veroordeeld, wordt Rothstein beschouwd als medeplichtige aan het vervalsen van de World Series van 1919.

Rothstein slaagde er niet in een grote schuld te betalen die het gevolg was van een gemanipuleerd pokerspel en werd in 1928 tijdens het pokeren doodgeschoten. Zijn criminele imperium werd geërfd door Meyer Lansky en Bugsy Siegel. Tien jaar na zijn dood verklaarde zijn broer Rothstein’s nalatenschap failliet.

Volgens misdaadauteur Leo Katcher “veranderde Rothstein de Joodse maffia van kleine, schurftige straatbendes in een omvangrijk crimineel imperium, geleid als een bedrijf, met hemzelf aan de top“.

Arnold Rothstein werd geboren in New York City als zoon van een rijke joodse immigrant, afperser en zakenman, Abraham Rothstein, en zijn vrouw Esther. Na zijn vroege gedrag van bedrog, afpersing en diefstal, verloochende Rothstein dit gedrag in latere jaren en werd hij bekend als filantroop, die doneerde aan het Beth Israel Hospital. Arnold was bedreven in wiskunde, was belezen, en werd klaargestoomd om de legale zaak van zijn vader over te nemen. Arnold stopte echter met school en ontwikkelde al vroeg een interesse in illegale zaken, die hij gemakkelijk vond tussen de vroege connecties van zijn vader. Zijn oudere broer studeerde voor rabbijn.

Hij zag voor het laatst een klaslokaal van binnen toen hij 16 was. Hij werkte een tijdje als een reizende verkoper, maar toen hij begon rond te hangen in poolhallen in de buurt, werd hij gelokt door een leven van misdaad. Rothstein begon klein, gokte en fungeerde als een woekeraar voor de lokale bevolking, maar het duurde niet lang voor hij bevriend was met politici, zakenlieden en misdaadfiguren op hoog niveau.

Zijn connecties brachten hem in een interessante positie, een positie tussen misdaad en de wet, en hij begon op te treden als een “fixer”, iemand die de relaties gladstreek tussen degenen die de wet overtraden en degenen die gezworen hadden de wet te handhaven. Hij werd ook een soort goklegende in die periode, met winsten die leidden tot zijn bijnaam “Big Bankroll” naar zijn neiging om een grote stapel biljetten van 100 dollar bij zich te dragen. Rothstein zou de meeste weddenschappen die tot zijn winsten leidden vervalst hebben, en hij bestendigde dat idee door te zeggen dat hij op alles zou wedden behalve op het weer omdat hij dat niet kon controleren.

Onttrok zich aan zijn vader

Arnold Rothstein

Toen hij nog een kind was, begon Rothstein te gokken, maar hoe vaak zijn vader hem ook berispte voor het dobbelen, Rothstein wilde niet stoppen. In een zeldzaam interview in 1921, werd Rothstein gevraagd hoe hij een gokker werd: “Ik heb altijd gegokt. Ik kan me niet herinneren wanneer ik dat niet deed. Misschien gokte ik enkel om mijn vader te tonen dat hij me niet kon zeggen wat te doen, maar ik denk het niet. Ik denk dat ik gokte omdat ik van de opwinding hield. Als ik gokte, deed niets anders er toe.”

Hij begon om te gaan met criminele types, waarvan velen ook Joods waren van geboorte. Hij ging naar illegale goktenten, verpandde zelfs zijn vaders juwelen om aan geld te komen. Rothstein probeerde zich op alle manieren te onttrekken aan zijn vaders erfenis en traditie. Toen Rothstein in 1907 verliefd werd op een showgirl genaamd Carolyn Green, slechts half-Joods – van haar vaders kant, werd Green door Rothsteins traditionele ouders niet als een geschikte partij beschouwd. Tot overmaat van ramp weigerde de showgirl zich tot het jodendom te bekeren, zoals gevraagd door Abraham Rothstein, die vervolgens op dramatische wijze verklaarde dat hij niet langer een tweede zoon had, die de regels van het jodendom “overtrad” door buiten het geloof te trouwen.

In 1910 was Rothstein op 28-jarige leeftijd verhuisd naar het Tenderloin district van Manhattan, waar hij een belangrijk gokcasino oprichtte. Hij investeerde ook in een paardenrenbaan in Havre de Grace, Maryland, waar hij naar verluidt veel van de races die hij won “vervalst” had. Rothstein beschikte over een uitgebreid netwerk van informanten, zeer diepe zakken uit de Joodse bankgemeenschap van zijn vader, en de bereidheid om een premie te betalen voor goede informatie, ongeacht de bron. Tegen de tijd dat hij 30 was, was Rothstein miljonair en zette hij zijn zinnen op grootsere plannen, waarvan er één hem berucht zou maken.

De acht White Sox spelers die beschuldigd werden in het schandaal van 1919.

1919 World Series

Er is veel bewijs voor en tegen Rothstein’s betrokkenheid bij de 1919 World Series fix. In 1919 zouden Rothstein’s agenten leden van de Chicago White Sox betaald hebben om de World Series opzettelijk te verliezen. Hij wedde tegen hen en maakte een aanzienlijke winst in wat het “Black Sox schandaal” werd genoemd.

In de World Series van 1919 speelden de Chicago White Sox tegen de Cincinnati Reds, en er was een complot aan de gang om de wedstrijd te manipuleren. Rothstein werd benaderd door groepen die bij het complot betrokken waren, en hem werd gevraagd de omkoping van verscheidene White Sox spelers te financieren. Uiteindelijk verloren de White Sox (daarna bekend als de “Black Sox”) de reeks, en Rothstein zou ongeveer 350.000 dollar hebben verdiend door te wedden op de Reds. Een onderzoek bracht aan het licht dat Abe Attell, een vriend en werknemer van Rothstein, betrokken was bij de betalingen aan de White Sox spelers, maar Rothstein ontkende ten stelligste elke betrokkenheid en werd nooit in staat van beschuldiging gesteld.

Hij werd opgeroepen naar Chicago te komen om te getuigen voor een juryonderzoek naar het incident; Rothstein zei dat hij een onschuldige zakenman was, met de bedoeling zijn naam en reputatie te zuiveren. Aanklagers konden geen bewijs vinden dat Rothstein in verband bracht met de affaire, en hij werd nooit aangeklaagd. Rothstein getuigde:

“Het begon allemaal toen Abe Attell en een paar andere gokkers besloten de wedstrijd te manipuleren en er een slaatje uit te slaan. De wereld weet dat ik was gevraagd voor de deal en mijn vrienden weten dat ik het heb afgewezen. Ik twijfel er niet aan dat Attell mijn naam heeft gebruikt om het te verkopen. Dat is gedaan door slimmere mannen dan Abe. Maar ik deed er niet aan mee, zou er onder geen enkele omstandigheid aan mee hebben gedaan en heb geen cent op de serie ingezet nadat ik erachter kwam wat er aan de hand was.”

In een andere versie van het verhaal werd Rothstein eerst benaderd door Joseph “Sport” Sullivan, een gokker, die voorstelde Rothstein te helpen bij het ‘fixen’ van de World Series. Rothstein zou het voorstel van Sullivan hebben afgewezen, maar toen hij het aanbod van Attell ontving, heroverwoog Rothstein het eerste aanbod van Sullivan. David Pietrusza’s biografie van Rothstein suggereerde dat de gangster werkte aan beide uiteinden van de regeling met Sullivan en Attell. Michael Alexander concludeerde dat Attell de Series vervalste “waarschijnlijk zonder de goedkeuring van Arnold Rothstein,” wat “Rothstein niet belette om op de Series te wedden met voorkennis”.

Het vreemde – of misschien ook niet – aan de juridische strijd rond de World Series fix, zegt Leo Katcher, is dat “alle verslagen en notulen van de Grand Jury verdwenen zijn. Zo ook de ondertekende bekentenissen van Cicotte, Williams en Jackson… De staat probeerde de spelers hun bekentenis te laten herhalen in de getuigenbank, nu al het bewijsmateriaal verdwenen was. Dit weigerden zij te doen, zich beroepend op het Vijfde Amendement.” Uiteindelijk had de rechter geen andere keus dan de zaak te seponeren. Katcher stelt: “Dus, volgens het officiële verslag en op basis van de verklaring van [procureur Maclay] Hoyne, was Rothstein nooit betrokken bij het vervalsen van de Series. Ook, volgens het proces-verbaal, is het nooit bewezen dat de Series vervalst was.” Alle acht White Sox spelers werden voor altijd verbannen uit het honkbalspel. Ondanks al zijn ontkenningen, merkt Katcher op dat Rothstein toch won bij de Series, maar een klein bedrag. Hij heeft altijd volgehouden dat het minder dan $100.000 was. In werkelijkheid was het ongeveer $350.000. Het had veel – heel veel – meer kunnen zijn. Het was niet omdat Rothstein niet durfde.

De drooglegging 

Arnold Rothstein

Met de komst van de drooglegging het jaar daarop zag Rothstein de mogelijkheden voor zaken. Rothstein was een van de eersten die zich met de illegale handel in alcohol ging bezighouden en hielp bij de invoer en verscheping van drank door het hele land. In het bijzonder organiseerde hij het vervoer van drank via de Hudson River en vanuit Canada via de Grote Meren.

Arnold Rothstein had tijdens de Drooglegging een groot deel van de illegale drankhandel in New York gefinancierd. Rothstein verkoos meestal aan de zijlijn te blijven en de exploitatie van de drankhandel over te laten aan gewelddadige en legendarische gangsters, waaronder zijn protégés, Lucky Luciano en Meyer Lansky. Terwijl rivaliserende bendes elkaar in de straten van New York afslachtten, maakte “The Big Bankroll” een immens fortuin door elk aspect van de smokkel te financieren voor elke criminele organisatie en vervolgens alle partijen tegen elkaar uit te spelen. Hij gaf advies, bood aan te financieren, nam percentages, en verraadde elk van zijn “vrienden” als er een betere financiële deal voorbij kwam. Arnold Rothstein geloofde dat iedereen verantwoordelijk was voor zijn eigen beslissingen en dat publieke en private moraliteit hem gewoon niet aangingen. Hoewel hij veel goede kennissen had bij de vroege New Yorkse maffia, zou hij niemand niet verkocht hebben voor de juiste prijs.

Een cruciale man in Rothsteins smokkelimperium was Waxey Gordon, ook bekend als Irving Wexler. Waxler hield toezicht op de meeste smokkelpraktijken van Rothstein aan de oostkust en harkte miljoenen per jaar binnen. Als Waxey zoveel verdiende, kunnen we ons alleen maar voorstellen hoeveel Rothstein binnenhaalde met zijn illegale handel. Rothstein kocht ook participaties in een aantal illegale dranklokalen. De drankhandel bleek te veel om mee te jongleren en niet winstgevend genoeg, dus richtte Rothstein zijn aandacht al snel op de narcotica-industrie.

De eerste moderne drugsbaron

Ondanks zijn schijnbare succes als dranksmokkelaar, was Rothstein niet tevreden. Zijn onverzadigbare honger naar geld leidde hem uiteindelijk in de handel van een andere illegale substantie – drugs. Hij begon heroïne te kopen in Europa en verkocht het met veel winst in de Verenigde Staten en deed iets soortgelijks met cocaïne.

In “The Godfather” ging de kern van de vete tussen de Corleone familie en de Tartaligia/Barzini families over de vraag of de georganiseerde misdaad zich moest bezighouden met de verkoop van drugs. Dat geschil vond inderdaad plaats tussen enkele van de vijf families. De gewelddadige Castellammarese oorlog van 1930 – 31 opende uiteindelijk de deur naar volledige betrokkenheid van de maffia bij drugs.

Maar voordat het zover was, had Arnold Rothstein de toekomst voorzien. Hij had correct voorspeld dat de drooglegging niet lang zou duren. Arnold Rothstein deed er alles aan om zoveel mogelijk geld te verdienen aan de drooglegging. Sterke drank is moeilijk illegaal te verkopen. Er is een grote verwerkingsfabriek nodig om genoeg alcohol te maken om winstgevend te zijn. Er is een ingewikkelde transportinfrastructuur nodig om het van de plaats van herkomst naar de plaats van verkoop te brengen. Boten, vrachtwagens, dokken, opslagplaatsen kosten allemaal veel geld. Elk van deze fysieke locaties heeft bescherming nodig van de politie en corrupte rechters. Het afkopen van de politie en het rechtssysteem vroeg om veel geld vooraf.

Toen lokale bendes zich begonnen te verenigen in de maffia, was Arnold Rothstein een van de weinigen die kon bedenken wat de organisatie nodig had om het allemaal te laten werken. En hij was een van de weinigen die genoeg geld had om zo’n enorme onderneming te financieren. Hij leende het geld aan de gangsters die het fysieke risico namen. Terwijl zij dagelijks bedreigd werden met moord of arrestatie, verdiende Rothstein geld. De hele operatie was echter zo duur dat de meeste smokkelaars maar een kleine winstmarge hadden. “The Big Brain” wilde meer.

Vooruitlopend op Amerika’s vraag naar drugs, begon Rothstein met het opzetten van een zakelijk, efficiënt en winstgevend model voor een groot narcotica import/verkoop bedrijf. Hij negeerde de oude maffia-stijl waarin alleen leden van dezelfde etnische groep konden samenwerken. Rothstein zag geld als de gemene deler en werkte samen met Italiaanse, Siciliaanse, Ierse en Joodse criminelen. Het enige waar “The Big Bankroll” om gaf was geld. Persoonlijk dronk of rookte hij niet, dronk veel melk en at veel fruit en hij verafschuwde het om in de buurt te zijn van mensen die drugs gebruikten. Desalniettemin had hij geen bedenkingen bij het profiteren van de drugs die het leven van de gebruikers verwoestten. Dat was hun keuze, niet de zijne.

Tegen het midden van de jaren 1920 hadden zijn kopers deals gesloten met heroïnefabrieken in heel Europa. Rothstein financierde de aankoop, het transport en de verkoop van drugs in het oosten van de Verenigde Staten. De winstmarges waren duizelingwekkend, en toch slaagde hij erin zijn persoonlijk risico laag te houden.

“The Brain” werkte een deal uit met kapitein Alfred Lowenstein, één van de rijkste mannen in Europa, om de drugshandel volledig te monopoliseren. Zijn partner stierf in een bizar, mysterieus “ongeluk” dat zelfs de stabiliteit van verschillende grote Europese aandelenmarkten bedreigde!

Iedereen – zelfs hardcore gangsters – was doodsbang voor hem; we weten dat je die reputatie niet krijgt door alleen maar grapjes te maken. Er is slechts één van Rothstein’s waarschijnlijke slachtoffers wiens naam nu traceerbaar is. De biograaf David Pietrusza was in staat hem op te graven – en dat is omdat het slachtoffer de op twee na rijkste man ter wereld was.

Op een dag ontmoette Arnold in een hotel in East Forty-Second Street kapitein Alfred Lowenstein, een financier die zo rijk was dat toen de Duitsers tijdens de Eerste Wereldoorlog België in beslag namen, Lowenstein naar verluidt aanbood om het terug te kopen met zijn eigen geld. Met Rothstein sloot de kapitein de grootste drugsdeal in de geschiedenis tot dan toe, een plan om een reeks opiaten op grote schaal op de markt te brengen op een groeiende nieuwe markt. Kort na het sluiten van het pact, stapte hij in zijn privé-vliegtuig en vloog naar Europa.

Toen het vliegtuig landde, was kapitein Lowenstein niet aan boord. Het personeel zei dat hij naar het toilet was gegaan en niet was teruggekomen. In het vliegtuig van Lowenstein gaf een deur aan de achterzijde van de passagierscabine toegang tot een korte gang met twee deuren: de rechter deur leidde naar het toilet, de linker deur was de toegangsdeur van het vliegtuig. De New York Times meldde dat “het praktisch onmogelijk was zo’n deur te openen als het vliegtuig op gewone kruissnelheid vloog”.

Zo werd Rothstein wat veel deskundigen beschouwen als de eerste succesvolle moderne drugsdealer, lang voor het tijdperk van beruchte drugsbaronnen als Pablo Escobar. Deze handel bleek nog lucratiever te zijn dan de illegale drankhandel en Rothstein werd de spil van de Amerikaanse drugshandel.

Tegen het midden van de jaren 1920 was Rothstein de financiële spil van de Amerikaanse drugshandel, en hij had een aantal van de meest beruchte gangsters van die tijd in dienst: Frank Costello, Jack “Legs” Diamond, “Lucky” Luciano en Dutch Schultz maakten allen deel uit van Rothstein’s team. Tegen 1926 was Rothstein de “financiële baas” van de Amerikaanse drugshandel volgens The Jewish Virtual Library.

Doodgeschoten om een weddenschap

Rothstein’s levenloze lichaam wordt uit het Poliklinisch Ziekenhuis gedragen,
November 1928

Aan de goede tijden zou echter een einde komen toen Rothstein deelnam aan een pokerspel in Manhattan’s Park Central Hotel. Voordat de nacht voorbij was, werd Rothstein neergeschoten en ontdekt bij de dienstingang van het hotel. De politie volgde het spoor van bloed terug naar het pokerspel, dat nog aan de gang was. Rothstein, in overeenstemming met de gangster code, weigerde te zeggen wie hem neerschoot.

Hij overleed de volgende dag in het Stuyvesant Polyclinic Hospital in Manhattan. De schietpartij hield naar verluidt verband met schulden als gevolg van een 3 dagen durend pokerspel met hoge inzet in oktober. Rothstein kreeg een ‘cold streak’ en was uiteindelijk 320.000 dollar schuldig. Hij beweerde dat het spel vervalst was en weigerde zijn schuld te betalen. De aanslag was bedoeld om Rothstein te straffen voor het niet betalen van zijn schuld. De gokker George “Hump” McManus werd gearresteerd voor de moord, maar later vrijgesproken wegens gebrek aan bewijs.

Volgens Kevin Cook in het boek Titanic Thompson (2010), werd het pokerspel vervalst door gokker/oplichter “Titanic” Thompson (echte naam Alvin Clarence Thomas 1892-1974) en zijn compagnon, Nate Raymond. Door een aantal ingewikkelde zij-weddenschappen was Rothstein aan het eind 319.000 dollar schuldig aan Raymond (waarvan Raymond een groot deel, volgens een geheime overeenkomst, aan Thompson moest betalen); 30.000 dollar aan Thompson; en ongeveer 200.000 dollar aan de andere aanwezige gokkers. McManus was Rothstein 51.000 dollar schuldig. Rothstein vroeg om meer tijd, en zei dat hij pas na de verkiezingen van november 1928 zou kunnen betalen, waarbij hij $550.000 verwachtte te winnen voor het succesvol steunen van Hoover als president en Roosevelt als gouverneur. Thompson getuigde tijdens McManus’s proces en beschreef hem als “een geweldige verliezer” die Rothstein nooit zou hebben neergeschoten. Volgens Cook vertelde Thompson later aan enkele van zijn kennissen dat de moordenaar niet McManus was geweest, maar zijn loopjongen, Hyman Biller, die kort daarna naar Cuba vluchtte. Ironisch genoeg was Rothstein’s laatste weddenschap er een die hij gewonnen zou hebben – al heeft hij die nooit geïnd.

Op zijn sterfbed, weigerde Rothstein zijn moordenaar te identificeren. Hij antwoordde op vragen van de politie met: “Blijf jij bij jouw vak. Ik blijf bij het mijne.” en “Me mudder (mijn moeder) deed het”. Rothstein werd begraven op Ridgewood’s Union Field Cemetery in een Orthodox Joodse ceremonie.


Bronnen:

Biografie Arnold Rothstein

Mafia wiki – Arnold Rothstein

Al That’s Interesting – Arnold Rothstein

Arnold Rothstein and Drugs

The Jewish Virtual Library – Arnold Rothstein

Meet America’s first drug dealer: Arnold Rothstein – The Salon


Lees ook:

Murder Inc.: Een van de meest brute doodseskaders in de Amerikaanse geschiedenis

De Sassoons – De Joodse familie achter de Opiumoorlogen tegen China

Massachusets’ advocaat-generaal houdt de Joodse Sackler familie persoonlijk verantwoordelijk voor de opioïde crisis, die tot een half miljoen doden heeft geleid

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Please enter your comment!
Please enter your name here