In de afgelopen jaren, vooral in de nasleep van de aanslagen van 9/11, wordt de islam in toenemende mate gepresenteerd als een ‘onverbiddelijke’ vijand van de andere twee monotheïstische religies – het Jodendom en het christendom. Toch vertelt de geschiedenis een ander verhaal. Het christendom was lange tijd in strijd met wat een Joods-islamitische wereld kan worden genoemd. 

Het artikel hieronder lijkt afkomstig te zijn van een Joodse schrijver en dat is van belang omdat dat het perspectief verklaart. Dat Arabieren Al-Andalus tot een Gouden Eeuw verklaren zal ons niet bevreemden, maar deze Joodse beschrijving is niet minder lyrisch:

Maimonides

De cultuur van het Sefardische Jodendom is in de vroege Middeleeuwen ontstaan in de schaduw van de islamitische hoven van Spanje. Vanaf 711 tot het midden van de twaalfde eeuw hadden zich in heel moslim-Spanje (al-Andalus) bloeiende Joodse gemeenschappen ontwikkeld, waardoor een cultuur vol vitaliteit ontstond in de islamitische machtscentra zoals Granada, Córdoba, Lucena, Merida, Saragossa en Sevilla.

Het specifieke karakter van de Sefardische Joden komt deels voort uit de unieke diversiteit van het Iberische schiereiland in de Middeleeuwen, waar moslims, christenen en Joden woonden, en uit de bijzondere plaats die zij in politiek en cultureel opzicht innamen.

Europeanen, Joden, moslims en de erfenis van het islamitische Spanje – Deel 1: De Joodse rol bij de Moorse invasie en bezetting

De verovering van Spanje door de moslims in 711 werd over het algemeen door de Joden toegejuicht. Volgens moslim- en christelijke bronnen leverden de Joden waardevolle hulp aan de moslimindringers. Eenmaal veroverd werd de verdediging van Cordoba in handen van de Joden gelaten en Granada, Malaga, Sevilla en Toledo werden overgelaten aan een gemengd leger van Joden en Moren.

De verovering bracht een golf van Joodse immigratie naar Spanje op gang na een eeuw van vervolging onder de christelijke Visigoten (die vermeende vervolging bestond er uit dat christenen Joden verboden nog langer in christelijke slaven te handelen, dat was wel heel gruwelijk antisemitisch natuurlijk. Redactie.) . De rijkdom en de mogelijkheden die Spanje bood, waren een magneet voor veel volkeren in het Middellandse Zeegebied. Voor Joden in de christelijke en moslimwereld werd Iberia gezien als een land van relatieve tolerantie en kansen. Na de eerste Arabische overwinningen, en vooral met de instelling van de heerschappij van Umayyad door Abd-ar-Rahman I in 755, kreeg de inheemse Joodse gemeenschap gezelschap van Joden uit de rest van Europa, maar ook uit Arabische gebieden, van Marokko tot Babylon. Zo werden de Sefardim cultureel, intellectueel en religieus verrijkt door de vermenging van verschillende Joodse tradities.

Met de oprichting van het Umayyad-kalifaat van Cordoba onder Abd al-Rahman III en Al-Hakam II ontstond een onafhankelijk islamitisch machtscentrum, dat in rijkdom en cultuur wedijvert met Bagdad. De Joden in Spanje lieten hun banden met de Joodse gemeenschappen in Irak varen en ontwikkelden zelfstandig hun eigen cultuur en Talmoedisch gezag. Onder invloed van islamitische linguïsten en grammatici begonnen zij te experimenteren met nieuwe culturele vormen in het Hebreeuws. Poëzie, taalkunde, wetenschap, filosofie en wiskunde vulden hun belangstelling voor de Bijbel en de studie van de Talmoed aan.

De adoptie van het Arabisch door de Joden introduceerde niet alleen een nieuwe woordenschat, maar ook een geheel nieuwe manier van denken, die de Joden in de moslimlanden in staat stelde deel te nemen aan de dominante cultuur en er deel van uit te maken op een manier die in het christelijke Europa nooit heeft bestaan. Bovendien waren de Joden opvallend aanwezig in verschillende beroepen, waaronder geneeskunde, handel, financiën en landbouw.

In de tiende eeuw hadden de Umayyaden van Cordoba veel van de keizerlijke tradities en kunst van Bagdad met succes naar Spanje overgebracht. Joodse kooplieden die luxegoederen uit het Oosten naar Spanje brachten, brachten ook de vruchten van het intellectuele werk van de Talmoedische academies van Bagdad mee. Zo was er in de negende eeuw een Babylonisch ritueel gebed in Spanje aangekomen, waardoor de Spaanse Joodse gemeenschap kon deelnemen aan een gemeenschappelijke cultuur die zich uitstrekte over de Middellandse Zee, met haar wortels in het Oosten.

Het actieve culturele leven in Cordoba was een bron van inspiratie en imitatie op het gebied van synagoge-architectuur, poëzie en geneeskunde. Joodse geleerden uit het buitenland werden uitgenodigd om in Cordoba een onafhankelijke academie op te richten, en taalkundigen en vertalers werden ingezet als secretarissen van prinsen terwijl ze nieuwe poëtische vormen verkenden.


LEES OOK:

Een Joods-islamitische ideologie – analyse


De eerste periode van uitzonderlijke welvaart vond plaats onder het bewind van Abd ar-Rahman III (882-942), de eerste onafhankelijke Kalief van Cordoba. Zijn Joodse kabinetslid, Hasdai ibn Sjaprut (882-942), werd belast met het toezicht op de douane en de buitenlandse handel. In zijn hoedanigheid van hoogwaardigheidsbekleder correspondeerde hij met het koninkrijk van de Khazaren, die zich in de 8e eeuw tot het Jodendom hadden bekeerd.

Hasdai was niet de eerste Jood in de Middeleeuwen die een belangrijke rol speelde in het openbare leven. Veel Joodse figuren kwamen tegelijkertijd ook uit de duisternis in Irak tevoorschijn. Maar hij was de eerste die een sleutelrol speelde bij het op gang brengen van een culturele beweging in de Joodse geschiedenis.

De steun van Abd al-Rahman III aan de Arabische scholastiek had van Iberia het centrum van Arabisch filologisch onderzoek gemaakt. Het was binnen deze context van cultureel mecenaat dat de belangstelling voor Hebreeuwse studies zich ontwikkelde en bloeide. Naast het feit dat hij zelf een dichter was, moedigde Hasdai het werk van andere Sefardische schrijvers aan en ondersteunde het. Onderwerpen bestrijken het spectrum, waaronder religie, natuur, muziek en politiek, maar ook plezier. Hasdai bracht een aantal schrijvers naar Cordoba, waaronder Dunash ben Labrat (vernieuwer van de Hebreeuwse metrische poëzie) en Menahem ben Saruq (samensteller van het eerste Hebreeuwse woordenboek, dat op grote schaal in gebruik werd genomen door de Joden van Duitsland en Frankrijk). Tot de gevierde dichters van deze tijd behoren Solomon ibn Gabirol, Yehuda Halevi, Samuel Ha-Nagid ibn Nagrela, en Abraham en Mozes ibn Ezra.

Hasdai gebruikte zijn invloed om in te grijpen ten behoeve van buitenlandse Joden, zoals blijkt uit zijn brief aan de Byzantijnse prinses Helena. Daarin vraagt hij bescherming voor de Joden onder het Byzantijnse bewind, en wijst op de eerlijke behandeling van de christenen van al-Andalus. (De gruweldaden door moslims en Joden tegen christenen in Al-Andalus zijn goed gedocumenteerd. Dit is totale kul. Redactie.)

Naast bijdragen van origineel werk waren de Sefardim actief als vertalers. Griekse teksten werden weergegeven in het Arabisch, Arabisch in het Hebreeuws, Hebreeuws en Arabisch in het Latijn, en alle combinaties van vice-versa. Bij het vertalen van de grote werken van het Arabisch, Hebreeuws en Grieks in het Latijn hebben de Iberische Joden de wetenschap en de filosofie, die een groot deel van de basis vormden van het renaissance-onderwijs, naar de rest van Europa gebracht.

Ondanks zijn reputatie was Cordoba nooit het enige centrum van de Andalusische cultuur en de Joodse creativiteit in het middeleeuwse Spanje. Na het uiteenvallen van het kalifaat kwamen andere bloeiende centra van de islamitische beschaving, die de hoofdstad opzettelijk imiteerden, in Sevilla, Granada, Malaga en Lucena op de voorgrond.

Net als hun tijdgenoten, moslims, bestudeerden de Joden verschillende onderwerpen, waaronder astronomie, astrologie, geometrie, optiek, retoriek, kalligrafie, filologie, metriek, geneeskunde, filosofie en Arabisch. Het was ook essentieel om rigoureuze studies van de Joodse traditie te voltooien, waaronder de Bijbel, de Talmoed en het Hebreeuws. De bijzondere nadruk op de kunsten en vreemde talen weerspiegelde de dominante culturele tradities van de Arabieren, waarbij een man evenzeer op basis van literaire vaardigheden als op basis van zijn sociale kwaliteiten werd beoordeeld.

Astrolabe, uit Syrië of Egypte. Museum of the History of Science, Oxford

In de Umayyad Cordoba bouwden Joodse wetenschappers astrolabes (voorloper van de sextant, redactie) om de breedtegraad te berekenen, verbeterden astronomische tafels en navigatie-instrumenten ten tijde van de ontdekkingsreizen vanuit Spanje en Portugal. De dichter Abraham Ibn Ezra schreef drie boeken over rekenkunde en getaltheorie. Abraham Bar Hiya schreef een boek over praktische geometrie in het Hebreeuws dat het eerste wetenschappelijke boek in het Hebreeuws was dat in het Latijn werd vertaald. Het was ook de eerste keer dat de Arabische kennis van algebra in het Latijn verscheen. Bar Hiya stelde ook een grote encyclopedie van de wiskunde samen.

De periode van grote literaire bloei van de Joodse geschiedenis in Spanje eindigde met de carrière van Mozes Maimonides. Toen de Almohades uit Afrika in 1148 Córdoba veroverden en de Joodse gemeenschap bedreigden met de keuze voor bekering tot de Islam, de dood of ballingschap, koos de familie van Maimonides, samen met de meeste andere Joden, voor ballingschap. Zo kwam er een einde aan een tijdperk van relatieve harmonie en welzijn. Maimonides vestigde zich uiteindelijk in Egypte en werd tijdens zijn leven als arts en filosoof alom erkend, en zijn juridische, medische en filosofische geschriften markeerden een groot moment in de geschiedenis van het Joodse denken. Zijn grootste erfenis, the Guide for the Perplexed, heeft generaties lang aanleiding gegeven tot commentaar en controverse.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Please enter your comment!
Please enter your name here