Headerfoto - YouTube. Hendrik Steenhuis, zit de zitting van de rechtbank Schiphol in Badhoevedorp voor

In Nederland kunnen rechters boetes opleggen en Joodse mannen opsluiten die weigeren hun vrouw een religieuze scheiding te geven, schrijft The Jewish Telegraph Agency.

Sara’s huwelijk was dood, maar ze kon het niet zelf beëindigen. Als orthodoxe vrouw had Sara – niet haar echte naam, uit privacyoverwegingen – een ‘get’ of religieuze toestemming voor echtscheiding nodig van haar man om het huwelijk te beëindigen. Maar hij wilde haar er geen geven, en rabbijnen konden ook niet helpen.

Sara, een moeder van een in de veertig die als inkoper werkt voor grote bedrijven, was een zogenaamde aguna, of ‘geketende vrouw’. De benarde situatie van deze vrouwen wordt in het orthodoxe Jodendom gezien als een belangrijk punt van genderongelijkheid, en orthodoxe rabbijnen hebben de afgelopen jaren moeite gedaan om dit aan te pakken.

Uiteindelijk werd Sara het meest geholpen door een niet-religieuze entiteit: het Nederlandse rechtssysteem. De Nederlandse rechterlijke macht is de enige in de wereld buiten Israël die echtgenoten straft die weigeren hun vrouw een ‘get’ te geven – met aanzienlijke boetes.

Sara’s echtgenoot gaf toe nadat een Nederlandse rechter hem dreigde met een boete van bijna $ 30.000. Rechtbanken kunnen hier een viervoudige boete opleggen aan zogenaamde recalcitrante echtgenoten en zelfs arrestatiebevelen tegen hen uitvaardigen, volgens een precedent uit 1982 dat door de Hoge Raad van Nederland is vastgesteld.

Vorig jaar werd de Nederlandse jurisprudentie verankerd in wetgeving: een wijziging van de huwelijkswet stelt rechters in staat om individuen te bevelen zich te houden aan edicten van religieuze kaders die relevant zijn voor hun huwelijksband.

Boetes en aanhoudingsbevelen die in Nederland worden uitgevaardigd, gelden op hun beurt in de hele Europese Unie, wen zijn daardoor voor deze echtgenoten – en geketende vrouwen – een potentieel krachtig afschrikmiddel. Nederlandse rechters hebben deze maatregelen sinds 1982 toegepast tegen enkele tientallen recalcitrante echtgenoten, aldus voorhuidverzamelaar Herman Loonstein, een Nederlands-Joodse advocaat die meerdere geketende vrouwen heeft vertegenwoordigd voor Nederlandse rechtbanken.

Bij veel van de zaken die de afgelopen jaren in Nederlandse rechtbanken zijn behandeld, zijn paren uit moslimgemeenschappen betrokken, waarin vrouwen die willen scheiden met soortgelijke obstakels worden geconfronteerd. Miljoenen immigranten uit het Midden-Oosten zijn de afgelopen tien jaar in Nederland aangekomen.

Tegenwoordig heeft Sara een nieuwe partner en voelt ze zich “vrijgelaten uit de gevangenis”, vertelde ze aan The Jewish Telegraphic Agency.

“Je zit vast, je kunt niet verder met je leven en iemand die vijandig is heeft deze macht over je”, zo omschreef ze hoe het was om een aguna te zijn. “Het is een vreselijk gevoel.”

De bereidheid van de Nederlandse rechterlijke macht om zich met deze kwestie te bemoeien is ongebruikelijk omdat het in strijd is met de scheiding tussen kerk en staat, die sterk wordt nageleefd in West-Europa. De Nederlandse rechters bemoeien zich niet direct met het religieuze proces, waar meestal een beit din of rabbijnse rechtbank bij betrokken is. Maar ze bestempelen het proces van het weigeren van een ‘get’ wel als ‘onwettig gedrag’, verklaarde Matthijs de Blois, universitair docent aan het Instituut voor Rechtstheorie van de Faculteit der Rechtsgeleerdheid van de Universiteit Utrecht, in een essay uit 2010 voor de Utrecht Law Review.

De uitspraak van de Hoge Raad uit 1982 vernietigde de uitspraken van twee lagere rechters die hadden geweigerd kennis te nemen van een zaak die was aangespannen door een geketende vrouw uit Utrecht. Ze had haar man bij een burgerlijke rechtbank aangeklaagd omdat hij had geweigerd haar een ‘get’ toe te kennen.

De Rechtbank Utrecht wees haar rechtszaak in 1979 af en stelde dat “alleen de burgerlijke aspecten van een huwelijk in aanmerking moesten worden genomen”. De vrouw verloor in 1981 een hoger beroep.

Het besluit van het hooggerechtshof omzeilde de religieuze dimensie volledig, met als argument dat de echtgenoot “een ongeschreven wet met betrekking tot correct sociaal gedrag jegens zijn gescheiden vrouw zou kunnen overtreden”, schreef De Blois.

Israëlische rechters horen een aguna-zaak in 2017. (Flash 90)

In Israël, dat geen scheiding tussen religie en staat kent, zijn de familierechtbanken ook religieus en worden ze geleid door het opperrabbinaat. De rechters van die batei din behoren tot de rechterlijke macht van het land en zijn bevoegd om recalcitrante echtgenoten te beboeten en gevangen te zetten en hun paspoorten in beslag te nemen.

Te midden van een toegenomen verontwaardiging in de afgelopen jaren, heeft het opperrabbinaat aanzienlijk harder opgetreden tegen weerspannige echtgenoten. De druk laat resultaten zien: het aantal vrouwen dat in Israël is ontketend, is gedurende vijf opeenvolgende jaren gestegen. De grootste stijging vond plaats tussen 2015 en 2017 – van 180 naar 216 – volgens de laatste statistieken over de kwestie.

Nederland is het enige land dat in de buurt komt van dat systeem. Het Nederlandse ministerie van Justitie heeft niet gereageerd op een verzoek om commentaar op de kwestie van JTA.

{ingekort, gaat over het VK en de VS}

Rabbijn Pinchas Goldschmidt, de in Zwitserland geboren voorzitter van de Conferentie van Europese Rabbijnen, is een belangrijk pleitbezorger geweest van het aanpakken van recalcitrante echtgenoten, maar zelfs hij “dacht niet dat we in staat zouden zijn om dezelfde soort afschrikking te bewerkstelligen in Europa, met zijn sterke scheiding van kerk en staat, als er in Israël bestaat”.


LEES OOK:

Goldschmidt is ook voor het inperken van de vrijheid van meningsuiting online, én ziet moslims als natuurlijke bondgenoten van de Joden in Europa


De kwestie van het ter verantwoording roepen van een recalcitrante echtgenoot is in de loop van de tijd moeilijker geworden, zei Aryeh Ralbag, een voormalig opperrabbijn van Amsterdam en een grote rabbijnse arbiter en rechter uit New York, aangezien de Joodse gemeenschappen minder gecentraliseerd zijn geworden.

“Toen het Joodse leven in de diaspora meer gericht was op de gemeenschap, kon een beit din mensen streng straffen voor dergelijk gedrag en een herem opleggen”, zei hij, het Hebreeuwse woord voor excommunicatie of boycot. “Tegenwoordig gaan veel mensen die een herem krijgen gewoon naar een andere synagoge, of helemaal niet naar de synagoge.”

De Nederlandse wet heeft “de afschrikking hersteld”, voegde Ralbag eraan toe.

Ralbag, Goldschmidt en Loonstein steunen allemaal de proactieve aanpak van de Nederlandse rechterlijke macht, maar zijn zich ook bewust van de risico’s die deze met zich meebrengt in een tijd waarin Joodse gemeenschappen – ook in Nederland – vechten tegen inmenging van de overheid en justitie in andere religieuze gebruiken.


LEES OOK:

Herman Loonstein, die 2000 voorhuiden verzameld heeft, overtreedt de wet door illegaal jongetjes te besnijden, meldde Nieuwsuur in maart vorig jaar.


Alle drie hebben ze een voortrekkersrol gespeeld in de strijd om koosjer slachten legaal te houden – het werd verboden, maar werd in 2012 weer legaal. (Het werd nooit verboden. Een verbod op onverdoofde slacht werd door de Tweede Kamer aangenomen, maar sneuvelde later in de Eerste Kamer toen GroenLinks draaide. Red.)

In heel Europa wordt een soortgelijk debat gevoerd over de rechtmatigheid van britmilah, de rituele niet-medische besnijdenis van jongens.

“Maak ik me zorgen dat dit een precedent schept voor inmenging? Op sommige vlakken wel, ja, ‘zei Ralbag. “Maar ik en elke rabbijn moeten dit afmeten aan de pijn en het lijden dat op dit moment bij Joodse vrouwen wordt aangedaan. En op dit moment is dit wat we kunnen doen om ze te helpen. “

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Please enter your comment!
Please enter your name here