De ontdekking van het oudst bekende pre-islamitische Arabische schrift in Saoedi-Arabië, uit ca. 470 CE, heeft blijkbaar voor enige consternatie gezorgd, gezien de christelijke en Joodse context.

In 2014 kondigden onderzoekers van een Frans-Saoedische expeditie die rotsinscripties in het zuiden van Saoedi-Arabië bestudeerden, aan dat ze hadden ontdekt wat de oudste teksten in het Arabische alfabet zouden kunnen zijn. Maar ze deden dat heel rustig, misschien omdat de context van de teksten voor sommigen een beetje gênant is.

De tientallen gravures waren uitgehouwen in de zachte zandsteen van de bergpassen rond Bir Hima – een site ongeveer 100 kilometer ten noorden van de stad Najran, die al millennia lang door inscripties van passerende reizigers en ambtenaren is bepleisterd. Handig is dat ten minste twee van de vroege Arabische rotstekeningen die werden ontdekt, datums in een oude kalender citeerden, en deskundige epigrafen berekenden snel dat de oudste overeenkwam met het jaar 469 of 470 CE.

De ontdekking was sensationeel: de vroegste oude inscripties die gebruik maakten van dit pre-islamitische stadium van het Arabische schrift waren minstens een halve eeuw later gedateerd, en waren allemaal in Syrië gevonden, wat had gesuggereerd dat het alfabet waarmee de Koran werd geschreven ver van de geboorteplaats van de Islam en zijn profeet was ontwikkeld.

Toch was de aankondiging van de ontdekking ingetogen. Enkele media in de Franse en Arabische media vatten het nieuws samen en noemden de tekst de “ontbrekende schakel” tussen het Arabisch en de vroegere alfabetten die eerder in de regio werden gebruikt, zoals het Nabateaans. De meeste artikelen gingen vergezeld van stockfoto’s van archeologische sites of andere oude inscripties: het is bijna onmogelijk om een foto van de inscriptie online te vinden of een verwijzing naar de eigenlijke inhoud van de tekst.

Alleen als men zich verdiept in het 100 pagina’s tellende rapport van dat archeologische seizoen dat in december door de Académie des Inscriptions et Belles-Lettres in Frankrijk is gepubliceerd – dat de studie ondersteunt – kan men de vondst zien en er meer over te weten komen.

Oude gravures in de zachte zandsteen van de bergpassen rond Bir Hima – Screengrab van YouTube

Volgens het rapport is de Arabische tekst, gekrabbeld op een grote rechthoekige steen, eenvoudigweg een naam, “Thawban (zoon van) Malik,” gevolgd door de datum.

Onderweldigend? Wel, er is de kwestie van het grote, onmiskenbaar christelijke kruis dat het hoofd van deze inscriptie siert. Hetzelfde kruis komt systematisch voor op de andere soortgelijke stèles die min of meer uit dezelfde periode stammen.

Achter de laagdrempelige aankondiging van de vondst kan men bijna de gemengde gevoelens van de Saoedische ambtenaren voelen die geconfronteerd worden met een belangrijke ontdekking voor hun erfgoed, die echter de oorsprong van het alfabet dat gebruikt werd om hun heilig boek te schrijven lijkt te verbinden met een christelijke context, zo’n 150 jaar voor de opkomst van de islam.

Verdere consternatie kan zijn ontstaan bij het besef dat deze teksten niet alleen de erfenis zijn van een eens zo talrijke christelijke gemeenschap, maar ook verbonden zijn met het verhaal van een oud Joods koninkrijk dat ooit regeerde over een groot deel van wat nu Jemen en Saudi-Arabië is.

Joden vs. christenen in de woestijn

Terwijl de Koran en de latere moslimtraditie geen gewag maken van de aanwezigheid van Joodse en christelijke gemeenschappen op het hele schiereiland in Mohammed’s tijd, is het algemene beeld dat van het pre-islamitische Arabië wordt geschetst er een van chaos en anarchie. De regio wordt beschreven als zijnde gedomineerd door jahilliyah – onwetendheid – wetteloosheid, analfabetisme en barbaarse heidense sektes.

[ Puntje van de vertaler. De islam is er trots op dat Mohammed in Khaybar bij Medina persoonlijk 700 Joden onthoofdde en de vrouw van het stamhoofd tot concubine nam nadat hij haar man voor haar onthoofd had. Er wordt wel degelijk melding gemaakt van Joodse gemeenschappen op het Arabisch schiereiland. En dit is misschien wel het meest bekende voorbeeld, dat tot op de dag van vandaag aangehaald wordt.]

De decennia vlak voor het begin van de Islamitische kalender (gekenmerkt door Mohammed’s “hijra” – migratie – van Mekka naar Medina in 622 CE) werden gekenmerkt door een verzwakking van de samenlevingen en gecentraliseerde staten in Europa en het Midden-Oosten, deels als gevolg van een pestpandemie en de onophoudelijke oorlogsvoering tussen het Byzantijnse en het Perzische rijk.

De sombere voorstelling van het pre-islamitische Arabië was minder accuraat dan een literaire metafoor om de verenigende en verlichtende kracht van Mohammed’s boodschap te benadrukken.

Het onderzoek van werken van moslim- en christelijke kroniekschrijvers in de afgelopen jaren en vondsten zoals die in Saoedi-Arabië leveren een veel uitgebreider beeld op, waardoor geleerden de rijke en complexe geschiedenis van de regio voor de opkomst van de islam herontdekken.

Petrogliefen in Wadi Rum, Jordan, Etan J. Tal, Wikimedia Commons

Een van de belangrijkste, maar vaak vergeten, spelers in Arabië in die tijd was het koninkrijk van Himyar.

Opgericht rond de 2de eeuw CE, was het in de 4de eeuw een regionale macht geworden. Himyar, met zijn hoofdkwartier in het huidige Jemen, had de naburige staten veroverd, waaronder het oude koninkrijk Sheba (waarvan de legendarische koningin in een bijbelse ontmoeting met Salomo figureert).

In een recent artikel getiteld “Wat voor soort Jodendom in Arabië?”. Zegt Christian Robin, een Franse epigraphist en historicus die ook de expeditie bij Bir Hima leidt, dat de meeste geleerden het er nu over eens zijn dat de elites van het koninkrijk Himyar zich rond 380 CE hebben bekeerd tot een of andere vorm van Jodendom.

Verenigd in het Jodendom

De Himyaritische heersers hebben in het Jodendom wellicht een potentiële verenigende kracht gezien voor hun nieuwe, cultureel diverse rijk, en een identiteit om weerstand te bieden aan de sluipende opdringerigheid van de Byzantijnse en Ethiopische christenen, evenals het Zoroastrische rijk van Perzië.

Het is onduidelijk hoeveel van de bevolking zich bekeerd heeft, maar wat zeker is, is dat in de Himyaritische hoofdstad Zafar (ten zuiden van Sana’a) verwijzingen naar heidense goden grotendeels verdwijnen uit koninklijke inscripties en teksten op openbare gebouwen, en vervangen worden door geschriften die verwijzen naar één enkele godheid.

Met behulp van de lokale Sabeische taal (en in sommige zeldzame gevallen Hebreeuws) wordt deze god alternatief beschreven als Rahmanan – de Genadevolle – de “Heer van de Hemelen en de Aarde,” de “God van Israël” en “Heer van de Joden”. Gebeden roepen zijn zegeningen op aan het “volk van Israël” en die aanroepingen eindigen vaak met sjalom en amen.

In de volgende anderhalve eeuw breidde het Himyaritisch koninkrijk zijn invloed uit naar Centraal-Arabië, het gebied van de Perzische Golf en de Hijaz (de regio van Mekka en Medina), zoals blijkt uit koninklijke inscripties van zijn koningen die niet alleen in Bir Hima, net ten noorden van Jemen, zijn gevonden, maar ook in de buurt van wat nu de Saudische hoofdstad van Riyad is.

Thawban de martelaar

Terugkomend op de vroege Arabische teksten die in Bir Hima werden ontdekt, merkt het Frans-Saoedische team op dat de naam van de Thawban’s zoon Malik op acht inscripties voorkomt, samen met de namen van andere christenen in wat waarschijnlijk een vorm van herdenking was.

Volgens christelijke kroniekschrijvers hebben de christenen van de nabijgelegen stad Najran rond 470 (de datum van de Thawban-inscriptie) te lijden gehad onder een golf van vervolging door de Himyarieten. De Franse deskundigen vermoeden dat Thawban en zijn medechristenen mogelijk gemarteld zijn. De keuze van het vroege Arabische schrift om hen te herdenken zou op zich al een krachtig symbool van verzet zijn geweest.

Dit pre-islamitische alfabet wordt ook wel het Nabateaans Arabisch genoemd, omdat het is voortgekomen uit het schrift van de Nabateeërs, de ooit machtige natie die Petra bouwde en de handelsroutes in het zuiden van de Levant en het noorden van Arabië domineerde voordat het in het begin van de 2e eeuw door de Romeinen werd geannexeerd. Dit noordelijke alfabet, dat aan de poorten van Jemen werd gebruikt, zou in schril contrast staan met de inscripties die door de Himyaritische heersers in hun geboorteland Sabaean werden achtergelaten.

“De adoptie van een nieuw schrift betekende een afstand tot Himyar en een verzoening met de rest van de Arabieren,” schrijven de Franse onderzoekers in hun rapport. “De inscripties van Hima onthullen een sterke beweging van culturele eenwording van de Arabieren, van de Eufraat tot Najran, die zich manifesteerde door het gebruik van hetzelfde schrift.”

Het Najran Fort vandaag, Saoedi-Arabië: Vroege christenen in de stad Najran werden vervolgd door de Himyarieten, wat ertoe leidde dat sommigen speculeerden dat de Himyarieten geen echte Joden konden zijn. Wikimedia Commons

Jozef de rebel

De groeiende druk van buitenaf eiste uiteindelijk zijn tol van Himyar. Ergens rond het jaar 500 viel het aan christelijke indringers uit het Ethiopische koninkrijk Aksum.

In een laatste poging tot onafhankelijkheid, in 522, rebelleerde een Joodse Himyaritische leider, Yusuf As’ar Yath’ar, tegen de marionettenheerser die door de Ethiopiërs werd gekroond en hief het zwaard tegen het Aksumite-garnizoen. Vervolgens belegerde hij Najran, dat had geweigerd hem troepen te geven, en slachtte een deel van zijn christelijke bevolking af – een martelaarschap dat verontwaardiging veroorzaakte onder de vijanden van Yusuf en de vergelding versnelde uit Ethiopië.

In 2014 ontdekte de Frans-Saoedische-expeditie bij Bir Hima een inscriptie die de passage van Yusuf na het bloedbad van Najran vastlegde, terwijl hij met 12.000 man naar het noorden marcheerde in de Arabische woestijn om de rest van zijn koninkrijk terug te winnen. Daarna verliezen we hem uit het oog, maar christelijke kroniekschrijvers registreerden dat de Ethiopiërs rond 525 de rebellenleider inhaalden en hem versloegen.

Volgens verschillende tradities werd de laatste Joodse koning van Arabië ofwel gedood in de strijd, ofwel pleegde hij zelfmoord door met zijn paard de Rode Zee in te rijden.

De volgende eeuw was Himyar een christelijk koninkrijk dat Arabië bleef domineren. In het midden van de zesde eeuw marcheerde een van de heersers, Abraha, door Bir Hima en liet op de stenen een afbeelding achter van de Afrikaanse olifant die zijn machtige leger leidde. Een latere inscriptie, gedateerd 552 en gevonden in centraal Arabië, vermeldt de vele locaties die hij veroverde, waaronder Yathrib, de woestijnoase die slechts 70 jaar later bekend zou worden als Madinat al-Nabi (de Stad van de Profeet) – of, eenvoudiger gezegd, Medina.

Waren het ‘echte’ Joden?

Een grote vraag die overblijft over de Joden van Himyar is wat voor soort Jodendom zij beoefenden. Hebben ze de sabbat geobserveerd? Of de regels van de kashroet?

Sommige geleerden, zoals de 19e eeuwse joods-Franse oriëntalist Joseph Halevy, weigerden te geloven dat een Joodse koning zijn christelijke onderdanen kon vervolgen en afslachten, en verwierpen de Himyarieten als behorend tot een van de vele sekten waarin het christendom in zijn beginperiode verdeeld was.

Robin, de Franse epigraphist, schrijft in zijn artikel dat de officiële religie van Himyar omschreven kan worden als “Judeo-monotheïsme” – “een minimalistische variant van het Jodendom” die enkele van de basisprincipes van de religie volgde.

Het feit is dat de weinige inscripties die tot nu toe zijn gevonden, samen met de geschriften van latere kroniekschrijvers, die misschien bevooroordeeld waren tegen de Himyarieten, het niet mogelijk maken dat geleerden zich een duidelijk beeld vormen van de spiritualiteit van het koninkrijk.

Maar er is een andere manier om naar de vraag te kijken

Door de christelijke en islamitische overheersing heen bleven de Joden sterk aanwezig op het Arabische schiereiland. Dit blijkt niet alleen uit de (vaak conflictueuze) omgang van Mohammed, maar ook uit de invloed die het jodendom had op de rituelen en verboden van de nieuwe religie (dagelijkse gebeden, besnijdenis, rituele zuiverheid, bedevaart, liefdadigheid, beeldverbod en het eten van varkensvlees).

In Jemen, het hartland van de Himyarieten, heeft de Joodse gemeenschap eeuwenlange vervolgingen doorstaan, tot 1949-1950, toen bijna alle overgebleven leden – ongeveer 50.000 – naar Israël werden gevlogen in Operation Magic Carpet. En hoewel zij enkele unieke rituelen en tradities in stand houden, die hen onderscheiden van de Asjkenazische en Sefardische Joden, zal niemand eraan twijfelen dat zij inderdaad de laatste, zeer Joodse afstammelingen zijn van het verloren koninkrijk van Himyar.

Before Islam: When Saudi Arabia Was a Jewish Kingdom

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Please enter your comment!
Please enter your name here