Hongkong is nogal in het nieuws de laatste tijd. De stadstaat op het schiereiland verzet zich tegen de onvermijdelijke totale inlijving door China. Sinds het geen Britse kroonkolonie meer is verwierf het een status aparte die niet heel lang meer houdbaar lijkt.

Hoe kreeg Engeland voor het eerst de controle over Hongkong ?

Hoe kreeg Engeland voor het eerst de controle over Hongkong ? De waarheid ligt begraven in de familielijn van David Sassoon, “The Rothschilds of The Far East”, en hun monopolie op de opiumhandel. Groot-Brittannië verkreeg Hong Kong door de lancering van de opiumoorlogen om de Sassoons exclusieve rechten te geven om een hele natie te drogeren !

David Sassoon

En verbluffend genoeg heeft niemand ooit van hem gehoord. Hij heeft geen enkele vermelding in de Encyclopedie Britannica – niets, geen regel. De enige Sassoon die ze erkennen is de anti-oorlogsdichter Siegfried Sassoon, wiens idiote vader door de familie onterfd werd omdat hij niet met een Jodin trouwde. Het is duidelijk dat Siegfried’s vader er ook niet in geslaagd is zijn zoon de Talmoed te leren: “Als je ten strijde trekt, ga dan niet als eerste, maar als laatste, zodat je als eerste terug kunt keren“. Ach ja, laat maar zitten.

Maar het valt me ??op dat Sassoon in sommige opzichten niet bestaat in de officiële archieven. Bekendheid in omgekeerde verhouding tot rijkdom en macht is hoe dingen op dat niveau worden gedaan. Wie was het die zei: “Geef mij de controle over de valuta van een natie en het kan mij niet schelen wie de wetten maakt” ? Wie weet ? Heeft iemand het überhaupt gezegd ? Het staat niet in wikiquotes, dus misschien is het nooit gebeurd. Niet verwonderlijk trouwden de Sassoons in de familie van wie het ook was die dat niet zei en die zeker niet het monetaire beleid van bijna elke natie op aarde controleren.

David Sassoon werd in 1792 in Bagdad, Irak geboren. Zijn vader, Saleh Sassoon, was een rijke bankier en de schatbewaarder van Ahmet Pasha, de Turkse gouverneur van Bagdad. (Daarmee werd hij de “hofjood” – een zeer invloedrijke positie. Dat Joden altijd slecht af waren onder de Islam is een leugen, ze hebben er even zo vaak zeer van geprofiteerd) In 1829 werd Ahmet ten val gebracht door corruptieschandalen en de familie Sassoon vluchtte naar Bombay, India. Dit was de strategische handelsroute naar het binnenland van India en de poort naar het Verre Oosten. In korte tijd verleende de Britse regering Sassoon “monopolierechten” voor alle productie van katoenproducten, zijde en het belangrijkste van allemaal – Opium – op dat moment de meest verslavende drug ter wereld !

1.De voorouders van de Joodse familie Sassoon waren 300 jaar voor de geboorte van David uit het Iberisch schiereiland (Spanje/Portugal) verdreven. Het Ottomaanse Turkse Rijk verwelkomde de verbannen Joden. 2.Maar toen de Sassoons verwikkeld raakten in een corruptieschandaal, was het tijd voor David en Jozef om in te pakken en weer te vertrekken — dit keer respectievelijk naar India en Syrië. 3. David Sassoon richtte later Sassoon & Zonen op — een machtige financiële en politieke operatie die zich later uitbreidde tot de handel in opium naar China.

Haaretz vertelt die periode net iets anders en met jaartallen die ook iets afwijken: Toen David Sassoon (de clan beweerde dat ze afstamde van een Spaanse familie, de Ibn Shoshans), die net als zijn vader als penningmeester voor de gouverneurs van Bagdad werkte, met een van hen, Daud Pasja, in conflict kwam, verhuisde hij zijn familie in 1826 naar Perzië, en vervolgens naar Bombay in 1832. Volgens The Jewish Encyclopedia bracht een belangrijk commercieel project hem ertoe in 1832 Bombay te bezoeken, waar hij vervolgens met zijn familie naartoe verhuisde. Die laten het conflict, welke dan ook, dat er aan ten grondslag lag maar helemaal weg.

In The Jewish Encyclopedia van 1905 staat dat Sassoon zijn opiumhandel uitbreidde naar China en Japan. Hij gaf zijn acht zonen de leiding over de verschillende grote opiumbeurzen in China. Volgens The Jewish Encyclopedia uit 1944: “Hij had alleen Joden in dienst in zijn bedrijf, en waar hij ze naartoe stuurde, bouwde hij synagogen en scholen voor hen. Hij importeerde hele families van mede-Joden. …. en zette hen aan het werk”.

De familie was Sefardim van Spaanse afkomst. Zijn moeder was Amam Gabbai. Na een traditionele opleiding in het Hebreeuws trouwde Sassoon in 1818 met Hannah. Zij kregen twee zonen en twee dochters voordat zij in 1826 overleed. Twee jaar later trouwde hij met Farha Hyeem (die in 1812 werd geboren en in 1886 overleed). Het paar had zes zonen en drie dochters.

Na de toenemende vervolging van Bagdad’s Joden door Daud Pasha, verhuisde het gezin via Perzië naar Bombay. Sassoon was uiterlijk in 1832 in Bombay actief als tussenpersoon tussen de Britse textielbedrijven en de handelaars in grondstoffen in de Golf en investeerde vervolgens in waardevolle havengebouwen. Zijn belangrijkste concurrenten waren Parsis, wiens winsten werden gebouwd op hun overheersing van de Sino-Indiase opiumhandel sinds de jaren 1820.

The Jewish Encyclopedia heeft nog veel meer goeds te melden, maar geen woord over de opiumhandel- en oorlogen en de vernietiging die dat teweegbracht:

Dankzij zijn weldaden was Sassoon’s naam bekend bij alle Joden in Turkije, China, Japan, Perzië en India. In Bombay bouwde hij een prachtige synagoge en een Talmoed Toraschool, en in Puna, zijn zomerresidentie, bouwde hij nog een mooie synagoge. Hij tekende ruimschoots in op de zeemanshuizen in Bombay en Hongkong, op het hongersnoodfonds, op het fonds voor de weduwen en weeskinderen van de slachtoffers van de Indische muiterij van 1857 en op het noodfonds van Lancashire. Hij steunde een instelling voor onderwijs in het Engels, Arabisch en Hebreeuws (gesloten in 1901); en kort voor zijn dood stelde hij een groot bedrag opzij voor de oprichting van een Mechanics’ Institution in Bombay, dat naar hem werd vernoemd. Een van de belangrijkste van zijn openbare instellingen is de Sassoon Reformatory and Industrial Institution for Juvenile Offenders. Sassoon bouwde en begiftigde het ziekenhuis in Puna; en een andere liefdadigheidsinstelling die hij oprichtte was het Algemeen Ziekenhuis in Puna, opgericht in 1863, voor alle kasten en geloofsovertuigingen. Als waardering voor het filantropische werk van Sassoon plaatsten de inwoners van Bombay een marmeren buste van hem in het Victoria and Albert Museum. Zijn laatste openbare daad was de bouw van een standbeeld ter nagedachtenis aan Albert, prinsesgemaal.

De voorwaarden van het Verdrag van Nanking vernederden en verzwakten China voor vele decennia — maar het stelde de Sassoon gangsters tevreden.

De eerste Opiumoorlog – Verdrag van Nanking – De Britten als huurlingen van de Sassoons

De zonen van Sassoon waren druk bezig om deze geestvernietigende drug in Canton, China, te promoten. Tussen 1830 – 1831 verhandelden ze 18.956 kisten met opium en verdienden ze miljoenen dollars. Een deel van de winst ging naar koningin Victoria en de Britse regering. In het jaar 1836 nam de handel toe tot meer dan 30.000 kisten en werd de drugsverslaving in de kuststeden endemisch.

Franklin D. Roosevelt’s fortuin werd geërfd van zijn grootvader Warren Delano. In 1830 was hij een senior partner van Russell & Company. Het was hun handelsvloot die de opium van Sassoon naar China vervoerde en met thee terugkeerde.

Warren Delano verhuisde naar Newburgh, N.Y. In 1851 trouwde zijn dochter Sara met een goed geboren buurman, James Roosevelt – de vader van Franklin Delano Roosevelt. Hij kende altijd de oorsprong van het familiefortuin, maar weigerde het te bespreken.

Engelsman die opium in de keel van de Chinaman giet

De eerste Opiumoorlog werd uitgevochten tussen het Verenigd Koninkrijk en de Qing-dynastie van China, voornamelijk over de handel in opium. De particuliere Britse Oost-Indische Compagnie (kuch, Rothschild, kuch) kweekte opium in India en smokkelde het illegaal China binnen. De toestroom van verdovende middelen keerde het handelsoverschot om dat China had genoten terwijl het miljoenen opiumverslaafden creëerde. Het is begrijpelijk dat de Chinezen niet blij waren met de Britse India-China opiumhandel.

In 1839 gaf de keizer onderkoning Lin Zexu de opdracht om de handel te stoppen. Daartoe schreef Lin een brief aan de Britse koningin Victoria waarin hij een beroep deed op haar morele verantwoordelijkheid om de opiumhandel te stoppen. De onderkoningin wist niet dat koningin Victoria op dat moment al een stropop was. Het was Rothschild en zijn ondergeschikten die over Britannia heersten. Er kwam geen antwoord op de brief.

In 1839 gaf de Mantsjoe Keizer het bevel om het te stoppen. Hij beval de commissaris van Canton, Lin Tse-hsu, om een campagne tegen opium te leiden. Lin nam 2.000 kisten met Sassoon opium in beslag en gooide het in de rivier. Een verontwaardigde David Sassoon eiste dat Groot-Brittannië vergeldingsmaatregelen zou nemen. Zo begonnen de Opiumoorlogen met de strijd van het Britse leger als huurlingen van de Sassoons (En zo gaat het vandaag de dag nog steeds – de Westerse NAVO landen vechten de oorlogen van de Israëli’s in het Midden-Oosten). Ze vielen steden en geblokkeerde havens aan. Het Chinese leger, gedecimeerd door 10 jaar ongebreidelde opiumverslaving, bleek geen partij voor het Britse leger. De oorlog eindigde in 1839 met de ondertekening van “Het Verdrag van Nanking”. Dit omvatte bepalingen die speciaal ontworpen waren om de Sassoons het recht te garanderen om een hele bevolking met opium tot slaaf te maken. Het “vredesverdrag” omvatte deze bepalingen: “1) Volledige legalisatie van de opiumhandel in China, 2) compensatie van de door Lin geconfisqueerde opiumvoorraden van 2 miljoen pond, 3) territoriale soevereiniteit van de Britse kroon over verschillende aangewezen eilanden voor de kust, waaronder dus HongKong.

opiumhol singapore

Dankzij die onrechtvaardige oorlog kwamen in de jaren 1840 Sassoon en zonen de opiumhandel tussen India en China te domineren. De drugssmokkelaars, die zich vanuit Bombay vertakten, vestigden zich in een aantal Chinese havensteden die nu in handen waren van de Britten — Shangai, Hong Kong en Canton. Na verloop van tijd zou Shangai berucht worden om zijn opiumgebruik, prostitutie en andere ondeugden. De dope, en de shekels, vloeiden nu echt !

Toen het Verdrag van Nanking China openstelde voor Britse handelaren, ontwikkelde Sassoon zijn textielactiviteiten tot een winstgevende driehoekshandel: Indiase garens en opium werden naar China getransporteerd, waar hij goederen kocht die in Groot-Brittannië werden verkocht, waar hij de katoenproducten van Lancashire kreeg. Hij stuurde zijn zoon Elias David Sassoon naar Canton, waar hij de eerste Joodse handelaar was (met 24 Parsi-rivalen). In 1845 opende David Sassoon & Sons een kantoor in wat weldra de Britse concessie van Shanghai zou worden, en het werd het tweede centrum van de activiteiten van het bedrijf.

Pas in de jaren 1860 konden de Sassoons de Bagdadische Joodse gemeenschap leiden om de dominantie van Parsi in te halen. Een bijzondere kans was de Amerikaanse Burgeroorlog, waarin de Amerikaanse katoenexport daalde. De fabrieken van Lancashire vervingen de Amerikaanse katoeninvoer door het Indische katoen van Sassoon.

De “Tweede Opiumoorlog” – (1856-1860)

Wrok over het vernederende Verdrag van Nanking en aanhoudende bezorgdheid en haat over een opiumhandel die, tegen die tijd, volledig werd gedomineerd door de Sassoons, kwamen de Chinezen weer in opstand tegen het Britse (Rothschild) imperialisme. Nogmaals, de Britten (deze keer vergezeld door Rothschild Frankrijk) – zouden overwinnen.

De 2e Opiumoorlog leidde in 1858 tot het Verdrag van Tientsin, dat nog onrechtvaardiger en vernederender was dan het vorige verdrag. Zowel op de korte termijn als op de lange termijn waren deze gebeurtenissen zeer slecht voor het eens zo welvarende China; maar zeer goed voor de drugshandelende Sassoons en de geldlenende / aandelen handelende Rothschilds.

De Britse premier Palmerston schreef Krooncommissaris kapitein Charles Elliot dat het verdrag niet ver genoeg ging. Hij zei dat het verdrag van de hand gewezen had moeten worden omdat: “Onze zeemacht immers zo sterk is dat we de keizer kunnen vertellen wat we bedoelen te houden in plaats van wat hij zou moeten afstaan. We moeten de toelating van opium in het binnenland van China eisen als een legaal handelsartikel en de schadeloosstelling en de Britse toegang tot een aantal extra Chinese havens verhogen”. Zo moest China niet alleen Sassoon de kosten van zijn gedumpte opium betalen, maar Engeland ook een ongehoord bedrag van 21 miljoen pond terugbetalen voor de kosten van de oorlog !

Dit gaf de Sassoons het monopolie op de distributie van opium in havensteden. Maar zelfs dit was niet goed genoeg en Sassoon eiste het recht op om in het hele land opium te verkopen. De Mantsjoes verzetten zich en het Britse leger viel opnieuw aan in de “Tweede Opiumoorlog”, die in 1858 – 1860 werd uitgevochten. Palmerston verklaarde dat heel het binnenland van China open moest staan voor ononderbroken opiumhandel. De Britten leden een nederlaag bij de Taku Forts in juni 1859 toen zeelieden, die de forten in beslag moesten nemen, in de modderige haven aan de grond liepen. Enkele honderden werden gedood of gevangen genomen. Een woedende Palmerston zei: “We zullen deze verraderlijke horden zo’n les leren dat de naam Europa hier een paspoort van angst zal zijn.

In oktober belegerden de Britten Peking. Toen de stad viel, gaf de Britse commandant Lord Elgin opdracht om de tempels en andere heilige heiligdommen in de stad te plunderen en te verbranden als een uiting van de absolute minachting van Groot-Brittannië voor de Chinezen. In het nieuwe “Vredesverdrag” van 25 oktober 1860 kregen de Britten rechten op een enorm uitgebreide opiumhandel voor zeven-achtste van China, die alleen al in 1864 meer dan 20 miljoen pond opleverde. In dat jaar importeerden de Sassoons 58.681 kisten met opium en tegen 1880 was het omhooggeschoten tot 105.508 kisten waardoor de Sassoons de rijkste Joden ter wereld waren. Engeland kreeg het schiereiland Hong Kong als kolonie en grote delen van Amoy, Canton, Foochow, Ningpo en Shanghai. De Sassoons verleenden nu vergunningen voor opiumholen in elk Brits bezet gebied, met grote vergoedingen die werden geïnd door hun Joodse agenten. Sassoon zou niet toestaan ??dat enig ander ras zich bezighield met “de Joodse handel”.

De Sassoons worden Engelsen

David Sassoon (zittend) en zijn zonen Elias David, Albert (Abdallah) en Sassoon David.

Hoewel David Sassoon geen Engels sprak, werd hij in 1853 genaturaliseerd tot Brits staatsburger. Hij behield de kleding en de omgangsvormen van de Bagdadi-joden, maar liet zijn zonen Engelse omgangsvormen aannemen. Zijn zoon Abdullah veranderde zijn naam in Albert, verhuisde naar Engeland, omdat ze met moderne communicatiemiddelen hun financiële imperium vanuit hun luxueuze landgoederen in Londen konden exploiteren, werd baron en trouwde in 1887 met Aline Caroline de Rothschild, wat hun fortuin verbond met dat van de Rothschilds. Alle Sassoons van Europa zouden afstammelingen zijn van David Sassoon. Alle 14 kleinzoons van David Sassoon werden tijdens de Eerste Wereldoorlog tot officieren gemaakt en zo konden de meesten de strijd vermijden.

David Sassoon was zich bewust van zijn rol als leider van de Joodse gemeenschap in Bombay. Hij hielp om een gevoel van Joodse identiteit op te wekken bij de Bene-Israëlische en Cochin-joodse gemeenschappen in Bombay. De Sassoon Docks (gebouwd door zijn zoon) en de David Sassoon Library zijn naar hem genoemd. Ook bouwde hij een synagoge in Byculla.

David Sassoon overleed in 1864 in zijn landhuis in Pune. Zijn zakelijke belangen werden geërfd door zijn zoon.

In de Joodse geschiedenisboeken wordt David Sassoon, een oplettende Jood, vooral herinnerd om zijn filantropie, waaronder de bouw van “Bagdadische” synagogen in Bombay (Magen David) en Pune (Ohel David), en ook talrijke scholen en ziekenhuizen in India en andere delen van Azië. David werd in 1853 genaturaliseerd als Brits staatsburger, hoewel hij in Pune bleef wonen.

Graf van David Sassoon, Lal Deval, Moledina Rd, Pune, India.

Natuurlijk worden welvarende Joden altijd omschreven als ‘filantropen’, ondanks het feit dat ze altijd alleen maar aan Joodse liefdadigheidsinstellingen geven. Hoe dan ook, het is tekenend dat we het woord ‘filantroop’ gebruiken om een persoon aan te duiden die alleen aan Joodse liefdadigheidsinstellingen geeft. Men zou denken dat met de Griekse basis van de filantropie (Hellene), dat filosofisch ‘liefhebbend’ en antropos ‘de mensheid’ betekent, een kerel die alleen maar bijdraagt aan Joodse liefdadigheidsinstellingen niet in aanmerking zou komen voor het woord ‘filantropie’. De fout hier is natuurlijk dat, zoals iedereen die de Talmoed heeft gelezen hheft, Joden de mensheid zijn. Alle anderen (wij Goyim) zijn niet zozeer een mens als wel ‘een beest in menselijke vorm’ om de Joden te redden van hun dienstbaarheid, ik weet het niet…. ezels of gordeldieren of zoiets.

Zijn zoon Albert Abdullah verhuisde naar Engeland, waar hij trouwde met de familie Rothschild en op het ticket van de conservatieve partij in het parlement werd gekozen. Een andere zoon, Sassoon David Sassoon, was de vader van Rachel Sassoon Beer, die rond de eeuwwisseling eigenaar en redacteur van de Sunday Times en The Observer werd en grootvader van de grote dichter uit de Eerste Wereldoorlog, Siegfried Sassoon.

Sir Albert Sassoon, de oudste van David Sassoon’s zonen, nam het “zaken”-imperium van de familie over. Hij bouwde enorme textielfabrieken in Bombay waar hij een slavenloon betaalde. Deze uitbreiding zette zich voort na de Eerste Wereldoorlog en veroorzaakte het failliet van fabrieken in Lancashire, Engeland, waar duizenden mensen hun baan verloren. Dit weerhield Koningin Victoria er niet van om Albert in 1872 tot ridder te slaan.

Andere Sassoon-neven hebben hun sporen verdiend in het bedrijfsleven en “filantropie” – dat is hoe elitecriminelen invloed en status kopen – en sommige belandden in New York. In tegenstelling tot de onsterfelijke invloed van de Rothschilds, verdwenen de Sassoons, hoewel nog steeds bij ons, ongeveer 50 jaar geleden.

Maar de kwaadaardige daden die door het ‘Westen’ (ahum, kuch) in de 19e eeuw aan China zijn opgelegd worden nog steeds herinnerd als wat de Chinezen ‘de eeuw van vernedering’ noemen. Zoals het was met de Afrikaanse slavenhandel en de oorlog in Irak, doen elite-joden de onderdrukking – en ‘blanke westerlingen’ krijgen de volledige historische schuld.

De Sassoon-opiumhandel bracht miljoenen doden en vernielingen teweeg en teistert nog steeds Azië tot op de dag van vandaag. Hun bedrijf werd volledig gerund door Joden ! De corrupte Britse monarchie eerde hen met privileges en ridderschap – tot grote schande van de Kroon ! Tot op de dag van vandaag staan de Sassoons in de geschiedenisboeken als “grote ontwikkelaars” van India, maar de bron van hun enorme rijkdom wordt nooit genoemd !


*Dit artikel verscheen oorspronkelijk november 23, 2019, op Fenixx

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Please enter your comment!
Please enter your name here